De tweede stadsmuur van Amersfoort

Aan het einde van de veertiende eeuw groeide Amersfoort snel. De handel bloeide en de stad kreeg een steeds belangrijkere rol in de regio. Boeren, ambachtslieden en handelaren trokken naar de stad, omdat daar werk en veiligheid te vinden waren. De oude stadsmuur werd te klein.

Rond 1380 besloot het stadsbestuur daarom een tweede stadsmuur te bouwen. Die moest niet alleen meer ruimte bieden, maar vooral ook zorgen voor betere bescherming van de groeiende stad en haar rijkdom.

De aanleg van de nieuwe ommuring

Uit stadsakten blijkt dat men in 1388 al volop bezig was met de bouw van deze tweede muur. De nieuwe omwalling liep verder naar buiten dan de oude en omsloot ook boerderijen, tuinen en nieuwe woongebieden.

Een belangrijk moment in de bouw was rond 1425, toen de beroemde Koppelpoort werd gebouwd. Dankzij onderzoek naar de jaarringen van het hout weten we dit heel precies. Ongeveer 25 jaar later, rond 1450, werd de volledige tweede muur gesloten.

De oude stadsmuur bleef daarna nog enige tijd bestaan. Pas toen de nieuwe muur voldoende bescherming bood, begon men huizen te bouwen op de plek van de oude muur. Zo ontstonden de bekende Muurhuizen.

De stadspoorten van Amersfoort

De tweede stadsmuur kreeg meerdere poorten die zowel voor handel als verdediging belangrijk waren. De belangrijkste poorten waren:

  • de Koppelpoort

  • de Slijkpoort

  • de Utrechtsepoort

  • de Sint Andriespoort

Elke poort gaf toegang tot een andere handelsroute of landweg. Via deze poorten kwamen goederen, mensen en handel de stad binnen.

Water en verdediging

Water speelde een grote rol in de verdediging van Amersfoort. Bij de waterpoorten konden zware houten deuren worden neergelaten om de stad bij hoogwater of gevaar af te sluiten. Zo bleef het water buiten én werd de vijand tegengehouden.

Tussen de poorten stonden wachttorens. In totaal telde de tweede stadsmuur 22 halfronde muurtorens, vanwaar soldaten de omgeving in de gaten hielden.

Hoe stevig was de stadsmuur?

De tweede stadsmuur was een indrukwekkend bouwwerk:

  • ongeveer 7 meter hoog

  • bijna 80 centimeter dik

  • gebouwd op stenen bogen om materiaal te besparen

Aan de stadszijde liep een brede weergang waar wachters patrouilleerden. Aan de buitenkant lag een dubbele gracht met een singel ertussen, wat de stad extra goed verdedigbaar maakte.

Brand binnen de muren

Binnen de muren bleef het gevaar groot. Veel huizen waren van hout en hadden rieten daken. Brand kon zich daardoor snel verspreiden.

In de vijftiende en zestiende eeuw werd Amersfoort meerdere keren getroffen door grote stadsbranden. In 1445 en 1520 gingen hele straten in vlammen op. Daarom werd in 1645 het bouwen van houten huizen verboden. Vanaf dat moment moesten nieuwe huizen van steen worden gebouwd.

Wat zie je vandaag nog van de tweede stadsmuur?

Delen van de tweede stadsmuur zijn vandaag nog steeds zichtbaar, vooral bij Achter de Kamp en bij de Koppelpoort. In de jaren 1973–1978 zijn hier delen van de muur opnieuw opgebouwd. Wie hier vandaag loopt, wandelt letterlijk langs de verdedigingslijn die Amersfoort eeuwenlang heeft beschermd.

Een stad die bleef groeien

Dankzij de tweede stadsmuur kon Amersfoort veilig doorgroeien. Nieuwe wijken ontstonden, de handel nam toe en de stad werd steeds belangrijker in de regio.Wat ooit begon als een verdedigingsproject, vormt nog steeds het historische hart van Amersfoort.