De Amersfoortse Kei

De Amersfoortse Kei

Wie tegenwoordig langs de hoek van de Arnhemsestraat en de Stadsring wandelt, ziet daar misschien slechts een forse kei liggen in het gras van Plantsoen Zuid. Maar deze steen – De Amersfoortse Kei – draagt een verhaal dat even zwaar weegt als zijn 7.157 kilo: een verhaal van trots, dronkenschap, schaamte en uiteindelijk van zelfspot die uitgroeide tot stadstrots.

Het begon allemaal in 1661, toen de flamboyante jonker Everard Meyster een weddenschap aanging met zijn vrienden. Voor maar liefst 3.000 gulden beweerde hij dat hij de Amersfoorters zo gek kon krijgen een enorme zwerfkei van de Leusderheide naar de stad te slepen. En inderdaad: met bier, krakelingen en veel bravoure wist hij zo’n 400 stadsgenoten op de been te brengen. Ze sleepten het gevaarte op een slee over de heide, door de Utrechtsepoort en zetten het neer op de Varkensmarkt – een waar volksfeest, een stunt van formaat.

Een jaar later kreeg de kei een voetstuk, maar de feestvreugde was van korte duur. De trots sloeg om in schaamte. Buiten Amersfoort sprak men smalend over de ‘keitrekkers’, een scheldwoord dat nog eeuwenlang bleef hangen. In 1674 werd de Kei zelfs begraven – letterlijk. Hij verdween onder de Varkensmarkt, alsof de stad zijn eigen dwaasheid wilde vergeten.

Jonker Meyster vluchtte naar Utrecht, uitgelachen en bespot. Zijn beroemde dichtregel bleef echter in het geheugen van de stad gegrift:
“De wereld is een key vol gecken, die aen haer eygen dwaesheid trecken.”
Was het zelfspot? Filosofie? Of gewoon een nuchtere vaststelling?

Ruim twee eeuwen later, in 1903, werd de kei na een zoektocht op de Varkensmarkt teruggevonden en triomfantelijk herplaatst bij de voormalige Utrechtse Poortbrug. Maar het lot bleef grillig: tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij opnieuw verstopt, om pas in 1946 weer het daglicht te zien. Sinds 1954 ligt hij op zijn huidige plek aan de Stadsring, alsof de Amersfoorters hem nog altijd met een knipoog op afstand willen houden – niet midden in het hart van de stad, maar nét ernaast.

Toch is de Kei uitgegroeid tot hét symbool van Amersfoort. Niet omdat ze hem ooit trots de stad in sleepten, maar omdat ze er later om konden lachen. De stad omarmde haar eigen dwaasheid – en maakte er identiteit van. Amersfoorters werden ‘keitrekkers’, maar ook: mensen die zichzelf durven relativeren. En dat, misschien, is de grootste kracht van deze stad.

Vandaag vormt de Kei een stille getuige van een Amersfoortse les in menselijkheid: dat zelfspot en trots wonderwel samen kunnen gaan. Dus als je erlangs loopt, geef hem gerust een tikje. Wie weet, voel je dan even de geest van Everard Meyster gniffelen tussen de bomen van Plantsoen Zuid.