De Onze Lieve Vrouwetoren – het wonderlijke middelpunt van Amersfoort

Wie over het Lieve Vrouwekerkhof loopt, wandelt letterlijk over eeuwen Amersfoortse geschiedenis. De donkere stenen in het plaveisel markeren de contouren van een verdwenen kerk: de Onze Lieve Vrouwekapel, ooit het kloppend hart van de Mariaverering in de stad. Waar nu terrassen ruisen, klonk in de 15e eeuw het gezang van pelgrims, aangetrokken door een wonder dat Amersfoort op de kaart zou zetten.

Van akkergrond tot bedevaartsoord

Waar nu het gezellige Lieve Vrouwekerkhof vol terrassen ligt, bevond zich in de 13e eeuw akkergrond. Rond 1300 verschenen er de eerste huizen. Die moesten echter plaatsmaken voor de Onze Lieve Vrouwekapel, gebouwd na het beroemde Mirakel van Amersfoort (1444). Een Mariabeeldje dat uit de gracht werd gehaald, zou wonderen hebben verricht en duizenden pelgrims naar de stad trekken.

De kapel groeide uit tot een belangrijk bedevaartsoord – de grootste boven de grote rivieren. Rond 1460 werd zij vergroot, mede gefinancierd door de inkomsten van de pelgrims. Uit diezelfde devotie werd de imposante toren geboren.

Een gotisch meesterwerk

De Onze Lieve Vrouwetoren werd gebouwd onder leiding van Jacob van den Borch, die ook aan de Utrechtse Domtoren werkte. De bisschop van Utrecht gaf toestemming, onder één voorwaarde: de Amersfoortse toren mocht niet hoger worden dan zijn Dom. Toch werd hij bijna even indrukwekkend: de derde hoogste kerktoren van Nederland.

Bovenop de toren staan twintig beeldjes, waaronder Sint Joris (de stadsheilige), een metselaar, smid en steenhouwer – een ode aan geloof en vakmanschap.

De verwoestende explosie van 1787

Waar nu het plaveisel de contouren van de verdwenen kapel toont, vond in 1787 een ramp plaats. Tijdens de roerige tijd van de Patriotten en Prinsgezinden gebruikte het leger van Stadhouder Willem V de kerk als munitieopslag. Een onvoorzichtige omgang met buskruit leidde tot een enorme explosie. Zeventien mensen kwamen om, de kerk werd verwoest – enkel de toren bleef fier overeind.

De ruïnes werden pas in 1845 volledig gesloopt. Sindsdien staat de toren solitair, als symbool van veerkracht.

Van mirakel tot middelpunt

Vanwege zijn centrale ligging in Nederland werd de toren in 1832 het kadastraal nulpunt van ons land. De kruising van de X- en Y-as – het hart van het Nederlandse kadaster – ligt precies in de toren, gemarkeerd met een rood lampje.

En wie goed kijkt, ziet buiten in het plaveisel metalen strips die dit bijzondere punt zichtbaar maken. De toren is letterlijk het middelpunt van Nederland.

Heldenmoed en historie

De toren heeft door de eeuwen heen menig blikseminslag overleefd. In 1651 wist stadstimmerman Lenaert Nicasius een grote brand te voorkomen door het brandende deel van de spits los te kappen. Zijn heldendaad werd beloond met een jaargeld én vereeuwigd door Jacob van Campen, de beroemde architect van het Amsterdamse Paleis op de Dam.

Muziek, licht en mystiek

In de 17e eeuw kreeg de toren een Hemony-carillon met 35 klokken, later uitgebreid tot 100. Sindsdien vullen beiaardklanken het centrum van Amersfoort.
’s Avonds laat zorgt moderne LED-verlichting voor een betoverend aanzicht. De toren straalt dan letterlijk over de stad – een baken van licht dat herinnert aan eeuwen geloof, vakmanschap en verhalen.

Een toren vol leven

De toren herbergt niet alleen historie, maar ook natuur. ’s Avonds vliegen dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus) uit door de kieren bij de bronzen deur, om bij zonsopkomst weer terug te keren. Zelfs in stilte blijft de toren vol beweging.